Leerort (DU)

Volgens de Oost-Friese kroniekschrijver Ubbo Emmius was Leerort „zonder twijfel de sterkste bevestigde burcht van Friesland (DU)”.

Halverwege de 15e eeuw werd er door Hanzekooplieden een militaire vesting gebouwd. Deze kwam te staan op de landtong bij Leer. In 1501 werd er een kasteel gebouwd dat dertien jaar later tijdens de Saksische vete onder vuur kwam te liggen. Johann van Soest was de baas over de vesting en hij werd opgeroepen door Hertog Heinrich van Braunschweig om zich over te geven. Van Soest sprak toen de woorden: 'Ik heb een vrome heer, die ik trouw wil dienen', waarop Heinrich de aanval inzette. Heinrich werd echter al snel door een kanonschot dodelijk getroffen, waarop men de belegering opbrak.
Ene Graaf Enno II liet tussen 1528 en 1540 het kasteel versterken en later werd Leerort dan ook het grootste bolwerk van de graafschap Oost-Friesland. Het militaire belang van de vesting werd bevestigd door de belangstelling vanuit de Nederlanden; conform een akkoord van de Oost-Friese burgeroorlog rond 1600, legerde Nederland in 1611 eigen soldaten in de vesting.
In 1744 werd Oost-Frieland Pruisisch, waarop het Nederlandse garnizoen de vesting verliet en het nieuwe politieke bestuur onder Friedrich de Grote de vesting na 1749 liet afbreken.
Het gebied heeft zich tot een klein vissersdorpje ontwikkeld dat het authentieke karakter bewaard heeft. Tegenwoordig zijn nog maar enkele restanten van de vesting in het landschap te herkennen. Van het kasteel dat in 1712 werd afgebroken zijn bij uitgravingen in de zomer 2012 alleen nog houten fundamenten aangetroffen. Een groot deel van de omvangrijke vondsten duiden op een luxueus leven in de graaflijke residentie. Grote hoeveelheden van dierbotten duiden waarschijnlijk op feestmalen, waar met rijk versierde messen, gouden lepels en kleurrijke wijnglazen getafeld werd. De vondsten zijn te zien in het Heimatmuseum te Leer.

Deel deze pagina