Groningen (NL)

Groningen speelde een belangrijke rol in zowel de 80-jarige oorlog als het rampjaar.

De mooie stad Groningen stond vroeger bekend als een zeer sterke vesting. Zo beschikte Groningen al over enkele lage vestingwerken sinds het jaar 1150 en werd later de vesting uitgebreid en verhoogd volgens Italiaanse principes. Er kwamen in totaal zeventien dwingers (bastions) met tussenliggende verbindingswallen.

Na de Slag bij Heiligerlee in 1568 trok Lodewijk van Nassau met zijn legers naar Groningen om de stad aan de kant van de opstandelingen te krijgen. De stadspoorten werden echter resoluut dichtgehouden zodat de stad in Spaanse handen bleef. Negen jaar later verlieten Spaanse en Waalse troepen de stad wegens het uitblijven van soldij. Om de uittocht te vieren werd vuurwerk afgestoken waardoor onhandig genoeg de Martinitoren vlam vatte en gedeeltelijk instortte.
In 1580 kwam de stad toch weer in Spaanse handen. Graaf Rennenberg, die nota bene benoemd was op voordracht van Willem van Oranje, wilde de noordelijke gewesten voor het katholieke geloof behouden. Op 3 maart 1580 koos hij voor de Spaanse zijde, waardoor prinsgezinden hem – niet heel verrassend – als verrader bestempelden.

In 1594 eiste Maurits van Nassau de stad op. Hij ondermijnde het ravelijn, dat diende tot dekking van de Oosterpoort, waarna de overgave onvermijdelijk was. De grootste beproeving van de vesting kwam in het Rampjaar, wanneer de stad wekenlang werd onderworpen aan een bommenregen van de bisschop van Münster. Deze bisschop, beter bekend als Bommen Berend, deed zijn bijnaam eer aan en trakteerde de stad op duizenden bommen, granaten en stinkpotten. Op 28 augustus 1672 – ruim een maand na het begin van de aanval – staakte Bommen Berend het vuren en trokken de bisschoppelijke legers zich terug. Groningen was ontzet.

In 1874 besloot de Tweede Kamer dat alle stedelijke vestingwerken mochten worden gesloopt. Dit nieuws werd in Groningen feestelijk ontvangen, want hierdoor kon de stad zich eindelijk uitbreiden.
In de stad herinneren enkele plekken ons nog aan de roerige gebeurtenissen in de 16e en 17e eeuw. Voorbeelden hiervan zijn het Noorderplantsoen, de buste van Rabenhaupt op de Grote Markt en ingemetselde kogels in de gevels van Groningse panden.
 

Deel deze pagina