1568: Slag bij Heiligerlee

De Slag bij Heiligerlee kondigde de 80-jarige oorlog aan in 1568.

De slag kwam niet zomaar uit de lucht vallen aangezien slechte oogsten, verhoogde belastingen en strenge regels tegen ketters al woede hadden veroorzaakt onder de bevolking. De katholieken en protestanten konden niet zo goed met elkaar door één deur. Het smeekschrift werd door edelen aangeboden in de hoop de inquisitie van protestanten te stoppen. Margaretha van Parma nam het eerste smeekschrift in ontvangst. De vervolgingen werden tijdelijk opgeschort. Protestanten zagen dit als groen licht om terug te komen naar Nederland en begonnen met hagenpreken. Ze vernielden tijdens de beeldenstorm interieurs en belangrijke stukken in Rooms-katholieke Kerken.
Aan het begin van de 80-jarige oorlog, met de komst van Alva, de IJzeren Hertog, en het instellen van de Bloedraad – waarbij meer dan 1000 mensen ter dood werden veroordeeld – was het conflict tussen de katholieken en protestanten verder opgelaaid. Veel protestantse edelen ontvluchtten de Nederlanden uit angst voor Alva en vervolging. Een van hen was Willem van Oranje Nassau.

Graaf Lodewijk van Nassau (afbeelding), de broer van Willem begon de slag tegen de Spanjaarden met een inval in het noorden van de Nederlanden. Samen met zijn andere broer, graaf Adolf van Nassau, ging hij op pad. Op hun vaandels stond ‘Nunc Aut Nunquam’ (Nu of Nooit) geschreven.
Lodewijk maakte slim gebruik van het terrein door het grootste gedeelte van zijn dappere jongens achter een drietal heuvels te verstoppen, waaronder de heuvel waar het klooster van Heiligerlee op stond. Lodewijk reed met zijn ruiters richting het leger van de Spaansgezinde graaf van Arenberg, die op versterking stond te wachten. Het was voor Arenberg te verleidelijk om achter het kleine aantal ruiters van Lodewijk aan te gaan en hij werd door Lodewijk de weg over gelokt, tussen de heuvels door. Daar werden 1500 tot 2500 Spanjaarden in de pan gehakt en graaf Adolf van Nassau en graaf van Arenberg stierven beide in het harnas. Volgens de legende kwam Adolf tussen de Spanjaarden terecht omdat zijn paard op hol sloeg.

Op 21 juli 1568 kwam Lodewijk van Nassau weer in actie en vocht hij bij Jemmingen tegen het Spaanse leger van de Hertog van Alva. Aan Lodewijks kant vonden maar liefst 7000 soldaten de dood terwijl Alva nog geen 100 man verloor. Lodewijk wist het vege lijf te redden door naakt de Eems over te zwemmen.
Het succes van Heiligerlee was teniet gedaan. Alva smolt de kanonnen van Lodewijk om en maakte er een standbeeld van. Een standbeeld van hemzelf, uiteraard.
 

Deel deze pagina